Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2019 in de zaak tussen
ProcesverloopBij besluit van 28 november 2017 (hierna: het primaire besluit) heeft verweerder een aanvraag van [Stichting] tot goedkeuring van haar definitieve scheidingsvoorstel DAEB/niet-DAEB ingewilligd. Bij besluit van 21 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2019. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [de persoon 1] , bestuurslid. Tevens zijn namens eiseres verschenen [de persoon 2] , voorzitter van het bestuur, [de persoon 3] , bestuurslid, en
Overwegingen
Inleiding: wat vooraf ging 1.1.In het kader van de uiterlijk 1 januari 2018 te realiseren scheiding tussen DAEB en niet-DAEB heeft [Stichting] op 16 augustus 2016 een ontwerp-scheidingsvoornemen opgesteld. De betrokken gemeente(n), bewonerscommissies en huurdersvertegenwoordigers zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze hierop te geven, waarvan gebruik is gemaakt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.024,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2019.