ECLI:NL:RBAMS:2019:10214
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van wetenschap over aanwezigheid cocaïne in woning
Op 7 september 2013 werd in de woning van verdachte in Amsterdam een hoeveelheid van 84,59 gram cocaïne aangetroffen, verpakt in plastic, papier en een handschoen. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van deze drugs samen met medeverdachte. Tijdens de zittingen op 19 december 2018 en 9 januari 2019 betoogde de officier van justitie dat verdachte als hoofdbewoner wetenschap had van de drugs, mede door de locatie van de vondsten en verklaringen van getuigen over verdachte's woning.
De verdediging stelde dat verdachte geen wetenschap had van de drugs en dat medeverdachte had verklaard de drugs zelf te hebben geplaatst zonder medeweten van verdachte. De drugs lagen niet in het zicht en waren verpakt, waardoor verdachte niet kon worden geacht hiervan op de hoogte te zijn. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie onvoldoende bewijs had geleverd dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne.
De rechtbank overwoog dat ook andere bewoners toegang hadden tot de woning en dat er geen aanwijzingen waren van drugsgerelateerde voorwerpen of geuren die op wetenschap konden duiden. Daarom werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken. Tevens werd de bewaring van een in beslag genomen tie-wrap gelast ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van wetenschap over de aanwezigheid van cocaïne in haar woning.