ECLI:NL:RBAMS:2019:10218
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Taakstraf voor schuldheling van een elektrische gitaar met recidive
De rechtbank Amsterdam heeft op 9 mei 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van inbraak en schuldheling van een elektrische gitaar. Primair werd verdachte vrijgesproken van de inbraak, omdat de belastende verklaring van een medeverdachte onvoldoende werd ondersteund door het dossier en het aantreffen van de gitaar in de woning van verdachte niet voldoende bewijs vormde.
Subsidiair werd verdachte schuldig bevonden aan schuldheling van de gitaar, omdat hij deze van een medeverdachte had gekregen uit het drugscircuit, terwijl hij redelijkerwijs had moeten weten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De rechtbank oordeelde dat schuldheling een ernstig feit is dat vermogenscriminaliteit in stand houdt.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van twee maanden gevorderd, rekening houdend met recidive volgens artikel 63 Sr Pro. De verdediging vroeg om aanhouding van de zaak vanwege persoonlijke omstandigheden en een mogelijke ISD-maatregel in een andere zaak. De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op, met vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving, en hield rekening met eerdere veroordelingen en de toepassing van artikel 63 Sr Pro.
De benadeelde partij vorderde €8.000,- schadevergoeding, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat niet was vastgesteld dat de schade rechtstreeks verband hield met het bewezen feit. De gitaar was teruggegeven en niet in de schadeomschrijving opgenomen. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter voortzetten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam, met als rechters A. Eichperger, M.J.E. Geradts en R.A.J. Hübel, en uitgesproken op 9 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur voor schuldheling van een elektrische gitaar, vrijgesproken van inbraak.