Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage I) die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
bijlage II) opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
6.De strafbaarheid van het feit
8.Motivering van de straf en maatregel
€ 300,- (driehonderd euro).
€ 550,- (vijfhonderdvijftig euro).
€ 850,- (achthonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke vanaf 16 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
8 (acht) maanden.
3 (drie) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 3 (drie) jarenvast.
€ 850,- (achthonderdvijftig euro), bestaande uit een bedrag van
€ 300,- (driehonderd euro)aan materiële schade en een bedrag van
€ 550,- (vijfhonderdvijftig euro)aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 850,- (achthonderdvijftig euro)aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting
door hechtenis van 17 dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.