Uitspraak
- wordt verklaard voor recht dat de huurovereenkomst op 30 mei 2018 is geëindigd , of tegen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum is geëindigd;
- [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde tegen de datum van beëindiging van de huurovereenkomst na betekening van het vonnis met de haren en het hare te verlaten en te ontruimen en met afgifte der sleutels ter vrije beschikking van eiser te stellen, zulks op straffe van een dwangsom van 250,00 per dag dat [gedaagde] hiermee in strijd handelt met een maximum van € 50.000,00;
- [eiser] wordt gemachtigd om, indien [gedaagde] met die ontruiming in gebreke mocht blijven, deze zelf op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zonodig met behulp van de politie of de gewapende macht;
- [gedaagde] wordt veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen het bedrag van € 426,01 als schadevergoeding gelijk aan de maandelijkse huur op grond van de huurovereenkomst voor iedere maand, of gedeelte van een maand, dat [gedaagde] na de beëindigingsdatum in het gehuurde is gebleven tot de dag waarop gedaagde het gehuurde daadwerkelijk heeft ontruimd;
- [gedaagde] in de kosten van het geding wordt veroordeeld waaronder begrepen de nakosten.