Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
[adres 1] te [plaats 1]dat
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 9 januari 2019 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een man en een vrouw omtrent de afwikkeling van hun huwelijkse voorwaarden en de verdeling van hun gemeenschappelijke goederen na echtscheiding.
De procedure betrof onder meer de toedeling en verkoop van twee woningen, een parkeerplaats in een parkeergarage en aandelen in twee ondernemingen. De rechtbank oordeelde dat de woning aan de man wordt toegedeeld tegen een waarde van €1.050.000,- onder de voorwaarde dat hij de vrouw binnen vier maanden laat ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldleningen en de helft van de overwaarde aan haar vergoedt. Indien dit niet binnen de termijn lukt, dient de woning zo spoedig mogelijk verkocht te worden en de opbrengst verdeeld.
De parkeerplaats dient verkocht te worden voor €62.500,-, waarbij de vrouw haar medewerking moet verlenen; bij weigering treedt de beschikking in de plaats van haar toestemming. De aandelen van de ondernemingen worden tegen nihil waarde aan de vrouw toegedeeld. De inboedel wordt aan de vrouw toegewezen, terwijl de vrouw wordt veroordeeld om binnen twee weken de goederen van de man te overhandigen.
Aanvullende verzoeken van de vrouw die laat in de procedure werden ingediend, zijn buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Elke partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de toedeling van woningen, aandelen en parkeerplaats toe aan de man onder voorwaarden en veroordeelt de vrouw tot medewerking aan verkoop en overdracht.