Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
‘een ander(en), te weten onder meer’onvoldoende duidelijk is wie wordt bedoeld met
‘onder meer’. Er kan niet van [verdachte] worden verwacht dat hij zich ten aanzien van de betreffende zinssnede op adequate wijze verdedigt. Dit brengt mee dat de dagvaarding ten aanzien van dit onderdeel niet voldoet aan de eisen die gesteld zijn door artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv), en partieel nietig zal worden verklaard.
4.Inleiding
5.Standpunten van procespartijen
6.Oordeel van de rechtbank
Handelingen
- [verdachte] hen had geholpen aan werk in Nederland;
- [verdachte] de reis naar Nederland had georganiseerd;
- [verdachte] hen een netto uurloon van € 6,- had beloofd;
- zij geen salaris voor het door hen verrichte werk hadden ontvangen;
- zij alleen kleine voorschotten voor eten hadden ontvangen:
- zij niet de beloofde arbeidscontracten, sofinummers en bankpasjes hadden ontvangen;
- zij een woning moesten delen met een groot aantal andere werknemers en op matrassen op de grond sliepen en geen privacy hadden;
- zij werden geconfronteerd met door hen te betalen kosten waarover vooraf niets was afgesproken en die op hun salaris zouden worden ingehouden;
- door [verdachte] regelmatig werd gedreigd hen terug te sturen naar Bulgarije.
[verdachte]
[naam medeverdachte 2]
[naam medeverdachte 1]
Misbruik van een kwetsbare positie
Misleiding
Dreigen met een andere feitelijkheid
Misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht
7.Bewezenverklaring
8.Strafbaarheid van het feit
9.Strafbaarheid van verdachte
10.Motivering van de straf
11.Benadeelde partijen
[slachtoffer 1], wettelijk vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw mr. F.S. Bellekom, als gevolg van het ten laste gelegde feit € 1.317,- aan materiële schadevergoeding. Bij het berekenen van de materiële schade is ten aanzien van de duur van de tewerkstelling, het aantal gewerkte dagen per week en het aantal gewerkte uren per dag aansluiting gezocht bij de door de benadeelde partij afgelegde verklaringen, het bruto minimumloon voor een 40-urige werkweek en de geldende toeslagen volgens de CAO Glastuinbouw. Hierbij is ook rekening gehouden met de reeds aan de benadeelde partijen betaalde voorschotten. Subsidiair vordert de benadeelde partij € 719,- aan materiële schadevergoeding, waarbij aansluiting is gezocht bij de verklaring van de benadeelde partij dat voor zijn werkzaamheden een uurloon van € 6,- zou zijn overeengekomen. Meer subsidiair vordert de benadeelde partij hem een vergoeding toe te kennen voor de geleden materiële schade, die de rechtbank billijk voorkomt.
[slachtoffer 2], wettelijk vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw mr. A. Koopsen, als gevolg van het ten laste gelegde feit € 1.019,81 aan materiële schadevergoeding.
[slachtoffer 4], wettelijk vertegenwoordigd door haar raadsvrouw mr. A. Koopsen, als gevolg van het ten laste gelegde feit € 978,14 aan materiële schadevergoeding.
[slachtoffer 3], wettelijk vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw mr. A. Koopsen, als gevolg van het ten laste gelegde feit € 218,96 aan materiële schadevergoeding.
[slachtoffer 14], wettelijk vertegenwoordigd door haar raadsvrouw mr. A. Koopsen, als gevolg van het ten laste gelegde feit € 226,91 aan materiële schadevergoeding.
- Ten aanzien van [slachtoffer 1] : [slachtoffer 1] heeft zelf gesteld dat zijn laatste werkdag 27 februari 2016 was.
- Ten aanzien van [slachtoffer 2] : Volgens DOC-037-04 was de laatste werkdag van [slachtoffer 2] de zaterdag in week 8 van 2016. Dat was 27 februari 2016.
- Ten aanzien van [slachtoffer 4] : Volgens DOC-037-02 was de laatste werkdag van [slachtoffer 4] de zaterdag in week 8 van 2016. Dat was 27 februari 2016.
- Ten aanzien van [slachtoffer 3] : Volgens DOC-037-03 was de laatste werkdag van [slachtoffer 3] de maandag in week 8 van 2016. Dat was 22 februari 2016.
- Ten aanzien van [slachtoffer 14] : Volgens DOC-037-01 was de laatste werkdag van [slachtoffer 14] de zaterdag in week 8 van 2016. Dat was 27 februari 2016.
- Ten aanzien van [slachtoffer 1] : € 1.219,- (duizend tweehonderdnegentien euro), bestaande uit € 719,- (zevenhonderdnegentien euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
- Ten aanzien van [slachtoffer 2] : € 1.386,- (duizend driehonderdzesentachtig euro), bestaande uit € 636,- (zeshonderdzesendertig euro) aan materiële schadevergoeding en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
- Ten aanzien van [slachtoffer 4] : € 1.347,- (duizend driehonderdzevenenveertig euro), bestaande uit € 597,- (vijfhonderdzevenennegentig euro) aan materiële schadevergoeding en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
- Ten aanzien van [slachtoffer 3] : € 911,- (negenhonderdelf euro), bestaande uit € 411,- (vierhonderdelf euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (22 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
- Ten aanzien van [slachtoffer 14] : € 1.082,- (duizend tweeëntachtig euro), bestaande uit € 582,- (vijfhonderd tweeëntachtig euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.Beslissing
‘onder meer’nietig.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
260 (tweehonderdzestig) dagen.
90 (negentig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
[slachtoffer 1]toe tot € 1.219,- (duizend tweehonderdnegentien euro), bestaande uit € 719,- (zevenhonderdnegentien euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
[slachtoffer 2], toe tot € 1.386,- (duizend driehonderdzesentachtig euro), bestaande uit € 636,- (zeshonderdzesendertig euro) aan materiële schadevergoeding en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
[slachtoffer 4], toe tot € 1.347,- (duizend driehonderdzevenenveertig euro), bestaande uit € 597,- (vijfhonderdzevenennegentig euro) aan materiële schadevergoeding en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
[slachtoffer 3], toe tot € 911,- (negenhonderdelf euro), bestaande uit € 411,- (vierhonderdelf euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (22 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.
[slachtoffer 14], toe tot € 1.082,- (duizend tweeëntachtig euro), bestaande uit € 582,- (vijfhonderdtweeëntachtig euro) aan materiële schadevergoeding en € 500,- (vijfhonderd euro) aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de laatste werkdag (27 februari 2016) tot aan de dag van de algehele vergoeding.