Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
pro formaaan tot
6 mei 2019, zoals bepaald in de beschikking van 13 februari 2018;
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak tussen de vrouw en de man, beiden gezamenlijk gezaghebbend over twee minderjarige kinderen, heeft de rechtbank Amsterdam op 13 maart 2019 uitspraak gedaan over diverse nevenvoorzieningen na echtscheiding.
De vrouw verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats van één kind naar haar adres, voornamelijk ingegeven door financieel belang (kindgebonden budget). De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende is om de hoofdverblijfplaats te wijzigen, mede vanwege het ontbreken van goed overleg en communicatie tussen partijen, wat nadelig zou zijn voor de kinderen.
Daarnaast stelde de rechtbank een gedetailleerde zorg- en omgangsregeling vast, waarbij de kinderen verdeeld verblijven volgens een weekrooster met wisselmomenten om 11.00 uur op niet-schooldagen. Verzoeken van de vrouw omtrent inschrijving huisarts, beheer paspoorten en toegangscodes telefoons werden grotendeels afgewezen of aangepast, waarbij de belangen van de kinderen centraal stonden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en biedt partijen de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats afgewezen; zorgregeling en paspoortbeheer vastgesteld.