Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoeker]
de vennootschap naar buitenlands recht Chetuh Inc
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
.
Rechtbank Amsterdam
De werknemer trad op 10 september 2018 in dienst bij Chetu als National Account Manager voor een periode van zeven maanden. Hij werd op 30 november 2018 op non-actief gesteld en op 6 december 2018 op staande voet ontslagen wegens vermeend wangedrag en nevenwerkzaamheden. De werknemer betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag niet onverwijld was gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag wel onverwijld was gegeven, maar dat Chetu onvoldoende bewijs had geleverd voor de beschuldigingen van wangedrag, fraude en nevenwerkzaamheden. Ook was de schorsing en de mededeling aan collega's dat de werknemer al uit dienst was, ernstig verwijtbaar. De arbeidsovereenkomst voorzag in een tussentijdse opzegmogelijkheid, waardoor de werknemer recht had op een gefixeerde schadevergoeding over de periode tot 1 februari 2019.
De kantonrechter kende een billijke vergoeding toe van €9.000 bruto vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van Chetu. Daarnaast werd Chetu veroordeeld tot het verstrekken van een eindafrekening en betaling van de proceskosten. De tegenverzoeken van Chetu, waaronder ontbinding van de arbeidsovereenkomst en boetes wegens schending van het concurrentiebeding, werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld tot teruggave van bedrijfseigendommen onder dwangsom.
Uitkomst: Chetu is veroordeeld tot betaling van ruim €16.000 bruto aan de werknemer wegens onterecht ontslag op staande voet.