ECLI:NL:RBAMS:2019:2014
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs medeplegen doodslag
Op 20 april 2008 werd het slachtoffer doodgeschoten in een lift in Amsterdam. Verdachte en een medeverdachte werden aanvankelijk aangehouden, maar de zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. In 2014 kwam een bedreigde getuige met verklaringen die leidden tot heropening van het onderzoek en vervolging.
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen moord of doodslag, medeplegen afpersing/diefstal met geweld en medeplegen voorhanden hebben van een revolver. Het Openbaar Ministerie baseerde zich vooral op verklaringen van een bedreigde getuige en een andere getuige, aangevuld met afgeluisterde gesprekken van de medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte bij de plaats delict was of medepleger was. De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte één van de mannen was die bij de lift gezien werd, niet kon worden vastgesteld dat hij in de lift was of een wezenlijke bijdrage leverde aan het delict. De verklaringen van de bedreigde getuige konden niet voldoende worden geverifieerd en er waren contra-indicaties.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 22 maart 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen doodslag.