ECLI:NL:RBAMS:2019:2096
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname na niet tijdige betaling transactie
Veroordeelde werd op 1 oktober 2014 verdacht van mishandeling en stemde in met een transactievoorstel bestaande uit een taakstraf en een geldboete. Hoewel hij de taakstraf voltooide, betaalde hij de boete net buiten de gestelde termijn, waardoor de zaak alsnog op zitting kwam. Bij vonnis van 29 juni 2018 werd veroordeelde veroordeeld tot de taakstraf.
Op grond van deze veroordeling gaf het Openbaar Ministerie opdracht tot afname van DNA-celmateriaal, wat op 29 augustus 2018 plaatsvond. Veroordeelde diende binnen veertien dagen een bezwaarschrift in tegen de DNA-afname en opname in de databank. De rechtbank hield een raadkamerzitting waarbij de gemachtigde van veroordeelde en de officier van justitie werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden niet van toepassing is bij een transactie en dat de enige reden voor DNA-afname was dat de boete niet tijdig was betaald. Gezien het blanco strafblad en het eenmalige karakter van het incident achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat het DNA-onderzoek bijdraagt aan opsporing of vervolging. Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd vernietiging van het celmateriaal bevolen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en verwerking is gegrond verklaard en vernietiging van het celmateriaal bevolen.