ECLI:NL:RBAMS:2019:2099
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen DNA-afname en opname in DNA-databank ongegrond verklaard
De veroordeelde, die een taakstraf opgelegd kreeg wegens poging tot zware mishandeling, maakte bezwaar tegen het bepalen en opnemen van haar DNA-profiel in de DNA-databank. Het bezwaarschrift werd ingediend binnen de wettelijke termijn en behandeld in besloten raadkamer, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was.
De rechtbank overwoog dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden beoogt om strafbare feiten efficiënt op te sporen en recidive te voorkomen door het afnemen van DNA van veroordeelden van bepaalde misdrijven. Artikel 302 Sr Pro, waarop de veroordeling is gebaseerd, valt onder deze categorie misdrijven.
De rechtbank toetste of er uitzonderingen op de afname en verwerking van DNA van toepassing waren, zoals bijzondere omstandigheden of de aard van het misdrijf die DNA-onderzoek irrelevant maken. Geen van deze uitzonderingen was aannemelijk gemaakt. De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad die een beperkte uitleg van uitzonderingen voorschrijft.
De rechtbank besloot het bezwaar ongegrond te verklaren en wees erop dat indien in hoger beroep vrijspraak volgt, het afgenomen DNA alsnog vernietigd zal worden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.