Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1. KPMG-gebouw Amstelveen II B.V., op of omstreeks 22 december 2010 en/of 23 februari 2012 te Apeldoorn en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
2. [medeverdachte 1] en/of KPMG-gebouw Amstelveen II B.V. op of omstreeks 26 september 2006 te Amsterdam en/of Vught en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
3. [medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 9 oktober 2009 tot en met 10 februari 2010 te Vught en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
3.Vrijspraak
turnkey) zou worden opgeleverd – is besloten dat de kosten voor het inbouwpakket voor rekening kwamen van KPMG II. Dit is vastgelegd in de tussen KPMG Staffing and Facilities Services B.V. (vertegenwoordigd door [medeverdachte 2] ), [B.V. 2] (hierna: [B.V. 2] ) en KPMG II (vertegenwoordigd door o.a. verdachte) op 25 september 2006 gesloten overeenkomst ter zake van Casco plus huurdersvoorzieningen en de tussen genoemde partijen in juli 2006 gesloten huurovereenkomsten Ook is er tussen KPMG II en [medeverdachte 1] een realisatieovereenkomst gesloten, waarbij door KPMG II een realisatievergoeding aan [medeverdachte 1] is toegekend voor aanvullende werkzaamheden, verstrekte garanties en overgenomen risico’s. De met het inbouwpakket en de realisatievergoeding gemoeide bedragen zijn als kostenpost opgenomen in de aangiften vennootschapsbelasting van KPMG II. Naar het oordeel van de Belastingdienst, de FIOD en het Openbaar Ministerie hadden deze bedragen echter moeten worden aangemerkt als niet-aftrekbare, verkapte winstuitdelingen en is daardoor onterecht een te laag bedrag aan te belasten winst opgegeven. Ook zouden de realisatieovereenkomst en de daarop gebaseerde facturen valselijk zijn opgemaakt, omdat in die overeenkomst niet is opgenomen dat de realisatievergoeding ook of met name bestemd was als winstuitdeling. De aan [medeverdachte 1] betaalde realisatievergoeding, die deels bij rechtspersonen van [medeverdachte 5] terecht is gekomen, zou daarom moeten worden aangemerkt als een geldbedrag dat afkomstig is uit valsheid in geschrift.
cash flowkocht, namelijk de huur zoals vastgelegd in de huurovereenkomsten. In de conclusie van repliek is het Openbaar Ministerie op zijn eerder ingenomen uitgangspunt teruggekomen, in zoverre dat het Openbaar Ministerie niet zozeer van belang acht of het inbouwpakket is verkocht aan de koper, maar dat het vooral gaat om de vraag, of het inbouwpakket invloed heeft gehad op de hoogte van de koopsom, en dat het niet expliciet onderdeel heeft uitgemaakt van het onderhandelingsproces tussen koper en verkoper, en dus in dat opzicht geen invloed heeft gehad op de prijsvorming. Er lijkt geen koppeling te bestaan tussen de koopsom en het inbouwpakket, en de waarde van het inbouwpakket komt evenmin tot uitdrukking in de huursom van de door de koper overgenomen huurovereenkomst, aldus het Openbaar Ministerie. Hierbij is het Openbaar Ministerie kennelijk ervan uitgegaan, dat de overeengekomen huurprijs in combinatie met een huurdersincentive, zoals hier aan de orde, in de gegeven omstandigheden van het geval (waaronder de overige huurvoorwaarden), niet zakelijk is te achten. Verder heeft het Openbaar Ministerie naar voren gebracht dat het economisch risico van het inbouwpakket bij de huurder ligt, omdat de lasten volledig zijn overgeheveld naar de huurder en de huurder dus economisch eigenaar was. Hieruit volgt volgens het Openbaar Ministerie dat KPMG II de uitgaven voor het inbouwpakket heeft gedaan ten behoeve van haar aandeelhouder.