Uitspraak
,
Rechtbank Amsterdam
Partijen, twee moeders die gescheiden zijn, hebben een geschil over de zorg en toewijzing van hun drie minderjarige kinderen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de verzoeken en verweren van beide partijen en heeft de zaak behandeld op 4 april 2019.
De rechtbank overweegt dat het belang van de kinderen leidend is en dat het wenselijk is dat de kinderen samen blijven en in hun vertrouwde omgeving in de woonplaats van verweerster opgroeien. Daarom worden de kinderen aan verweerster toevertrouwd voor de duur van de procedure. Tevens verleent de rechtbank verweerster vervangende toestemming om het jongste kind in te schrijven op een school in haar woonplaats.
Een uitgebreide zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen in de ene week voornamelijk bij verzoekster verblijven en in de andere week bij verweerster, met duidelijke afspraken over schooldagen, weekenden, feestdagen en vakanties. Daarnaast wordt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld op €270 per kind per maand door verweerster aan verzoekster, ingaande 7 maart 2019.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en bepaalt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is. Hiermee wordt een stabiele en evenwichtige regeling getroffen die het welzijn van de kinderen voorop stelt.
Uitkomst: Kinderen worden aan verweerster toevertrouwd met een zorgregeling en schoolkeuze conform haar verzoek, en verweerster betaalt alimentatie aan verzoekster.