ECLI:NL:RBAMS:2019:2609
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Havenbedrijf Amsterdam mag huurovereenkomst kantoorark laten eindigen na vijf jaar
De zaak betreft een geschil tussen het Havenbedrijf Amsterdam en een administratiekantoor gevestigd op een kantoorark aan de Danzigerkade. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar, ingaande 1 juli 2015, en eindigt van rechtswege op 30 juni 2020. Het administratiekantoor betoogde dat er sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, mede gelet op een brief uit 1992 waarin een vaste locatie werd toegezegd.
Het Havenbedrijf heeft aangegeven de huurovereenkomst niet te willen voortzetten na 30 juni 2020, omdat het administratiekantoor geen watergebonden activiteit uitvoert en de ligplaatsen schaars zijn, met prioriteit voor binnenvaart. De rechtbank stelt vast dat de huurovereenkomst duidelijk een bepaalde tijd betreft, en dat het Havenbedrijf slechts heeft laten weten de huur niet te verlengen, wat niet gelijkstaat aan opzegging.
De stelling van misbruik van recht door het Havenbedrijf wordt verworpen, mede omdat het administratiekantoor geen ligplaatsvergunning heeft en het Havenbedrijf een gerechtvaardigd belang heeft bij het beschikbaar stellen van de ligplaats voor watergebonden activiteiten. Er is geen sprake van wanprestatie of onrechtmatig handelen. De vorderingen van het administratiekantoor worden afgewezen, terwijl het Havenbedrijf wordt toegelaten de huurovereenkomst te laten eindigen en ontruiming te vorderen.
Uitkomst: De huurovereenkomst eindigt van rechtswege op 30 juni 2020 en het administratiekantoor moet het gehuurde uiterlijk 1 juli 2020 ontruimen.