Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
[naam 1]vordert € 679,- aan materiële schade en
€ 679,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[naam 3]vordert € 200,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
€ 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[naam verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
8 (acht) maanden.
[naam 1]toe tot
€ 679,-(zeshonderd negenenzeventig euro) (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam 1] . Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
[naam 3]toe tot
€ 100,-(honderd euro) (materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (14 januari 2019) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [naam 3] . Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.