Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser was werkzaam als postsorteerder en ontving na het einde van zijn WW-uitkering een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten en tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering, die hij niet kreeg omdat hij niet 104 weken achtereenvolgens ziek zou zijn geweest.
De rechtbank onderzocht of het UWV de medische beperkingen van eiser zorgvuldig en juist had vastgesteld en of de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies passend waren. De rechtbank concludeerde dat de rapporten zorgvuldig waren opgesteld en dat de functies binnen de beperkingen van eiser vielen. De aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) leidde niet tot een andere uitkomst.
Daarmee was de beëindiging van de ZW-uitkering terecht en had eiser geen recht op een WIA-uitkering. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en afwijzing van de WIA-uitkering.