ECLI:NL:RBAMS:2019:2842
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na uitspraak
Verzoeker heeft twee wrakingsverzoeken ingediend tegen mr. drs. W.M.C. Van den Berg, strafrechter te Amsterdam, nadat mondelinge einduitspraak was gedaan in twee procedures waarin verzoeker betrokken was. De eerste procedure betrof een verzoek om schadevergoeding wegens vrijheidsbeneming ex artikel 38x Sr, de tweede een klaagschrift ex artikel 552 Sv Pro.
De wrakingsverzoeken werden ingediend op 21 december 2018, direct na de mondelinge uitspraak, en waren gericht tegen de rechter die de zaken behandelde. Volgens artikel 512 Sv Pro kan een wrakingsverzoek alleen worden gericht tegen een rechter die nog bij de zaak betrokken is.
De Wrakingskamer oordeelde dat omdat de verzoeken na de einduitspraak waren ingediend, de rechter geen zaken van verzoeker meer behandelde. Hierdoor waren de wrakingsverzoeken niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke behandeling of hoor en wederhoor was niet aan de orde.
De beslissing werd op 4 januari 2019 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit voorzitter N.C.H. Blankevoort en leden A.W.J. Ros en P.B. Martens. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoeken omdat de rechter geen zaken meer van hem behandelde.