ECLI:NL:RBAMS:2019:2843

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 januari 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
C/13/659346 HA RK 18/407
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 39 lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na einduitspraak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter te Amsterdam, nadat bij vonnis van 18 december 2018 in de onderliggende zaak uitspraak was gedaan. De procedure betrof een geschil over ontruiming van bedrijfsruimte en betaling van huurachterstand.

De wrakingskamer oordeelt dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen een rechter die nog bij de zaak betrokken is. Nu de rechter geen zaak van verzoeker meer in behandeling heeft, is het verzoek niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding tot behandeling van het verzoek op grond van artikel 39 lid 1 Rv Pro, omdat het recht op hoor en wederhoor alleen geldt bij een gegrondheidsdebat, en het verzoek aanstonds moet worden afgewezen. De wrakingskamer verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter niet meer bij de zaak betrokken is.

Uitspraak

Wrakingskamer

Beslissing op het bij e-mail van 19 december 2018 gedane en onder rekestnummer C/13/659346 HA RK 18/407 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

Verloop van de procedure

Bij de rechtbank is onder zaaknummer 7348594 KK EXPL 18-1063 een procedure aanhangig geweest waarbij verzoeker één van de gedaagde partijen was. Het betreft een procedure waarbij de eisende partijen hebben gevorderd dat de gedaagden, waaronder verzoeker, zouden worden veroordeeld tot ontruiming van het door hen gehuurde bedrijfsruimte en tot betaling van een ontstane huurachterstand.
Bij vonnis van 18 december 2018 is in deze procedure uitspraak gedaan.

Gronden van de beslissing

2.1
In artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
Uit voornoemd artikel 36 Rv Pro blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan als de rechter niet of niet meer bij de zaak van verzoeker betrokken is.
2.3
Nu het verzoek als gedaan op 19 december 2018 is gericht tegen een rechter die geen zaak van verzoeker meer in behandeling heeft, kan verzoeker, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.2 is overwogen, niet in het door hem ingediende verzoek worden ontvangen.
2.4
Voor een behandeling als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv Pro bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de Wrakingskamer niet toe omdat het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien de rechter niet (meer) bij de zaak van verzoeker betrokken is.
3. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing

BESLISSING

 verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden, in aanwezigheid van de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2019.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.