ECLI:NL:RBAMS:2019:2848
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechterlijke macht niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de gehele Nederlandse rechterlijke macht en de rechtbank Amsterdam, zonder zich te richten op een specifieke rechter. Het verzoek bevatte slechts algemene bewoordingen van wantrouwen jegens de rechtspraak, zonder concrete feiten of omstandigheden die de schijn van vooringenomenheid zouden kunnen wekken.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een wrakingsverzoek moet zijn gebaseerd op concrete feiten die aantonen dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is. Omdat verzoeker dit niet had gedaan, werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en kon de mondelinge behandeling worden achterwege gelaten.
Daarnaast werd het verzoek als lichtvaardig en zonder relevante grondslag beschouwd, gericht tegen de gehele rechterlijke macht, wat werd aangemerkt als misbruik van recht. De rechtbank bepaalde daarom dat een volgend wrakingsverzoek tegen de rechter die de zaak van verzoeker behandelt niet in behandeling zal worden genomen.
De procedure onder zaaknummer 7413051 CV EXPL 18-28073 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van indiening van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik van recht.