ECLI:NL:RBAMS:2019:3004

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 april 2019
Publicatiedatum
25 april 2019
Zaaknummer
13/751090-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 23 Overleveringswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens georganiseerde diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 april 2019 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court of Darmstadt. De opgeëiste persoon werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een strafbaar feit volgens Duits recht.

Tijdens de zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en erkend dat hij Moldavische nationaliteit bezit. De verdediging voerde aan dat de stukken ongenoegzaam waren vanwege onduidelijkheid over twee pleegdata die in het EAB stonden vermeld. De rechtbank oordeelde echter dat op basis van een e-mail van de Duitse autoriteiten slechts één pleegdatum correct was en dat de stukken voldoende waren om de overlevering te rechtvaardigen.

De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat, waardoor het onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De maximale straf werd gecorrigeerd van levenslang naar vijftien jaar gevangenisstraf. Gezien het voldoen aan de wettelijke eisen en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 25 april 2019 en is onherroepelijk. De overlevering zal plaatsvinden ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek in Duitsland.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar georganiseerde diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751090-19
RK nummer: 19/1107
Datum uitspraak:25 april 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 februari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 oktober 2018 door
the Public Prosecution Office Darmstadt (Duitsland)en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1988,
laatst opgegeven adres: [adres]
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 april 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Russische taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat zijn naam is
[opgeëiste persoon], dat de geboorteplaats en –datum juist zijn en dat hij de Moldavische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

3.1.
Inleiding
In het EAB wordt melding gemaakt van een nationaal arrestatiebevel, te weten een ‘Warrant for commitment’ uitgevaardigd op 27 september 2018 door the District Court of Darmstadt.
Referentie 25 Gs 3162/18.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.2.
Genoegzaamheid van de stukken
De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat in de e-mail van 25 maart 2019 van de Duitse autoriteit weliswaar één pleegdatum wordt genoemd, maar dat een en ander onverlet laat dat in de feitomschrijving in het EAB twee pleegdata staan vermeld. Om die reden bestaat daarover onduidelijkheid en zijn de stukken ongenoegzaam. De overlevering dient op die grond te worden geweigerd danwel dient de behandeling van de vordering te worden aangehouden om opheldering te verkrijgen over de twee in het EAB genoemde pleegdata.
Oordeel van de rechtbank
In het EAB onder e) staan weliswaar 8 mei 2018 en 26 juli 2018 als pleegdatum genoemd, maar uit de e-mail van de Duitse autoriteit van 25 maart 2019 blijkt dat 26 juli 2018 de enige juiste pleegdatum is.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat gelet op voornoemde e-mail van de Duitse autoriteit 26 juli 2018 als juiste pleegdatum moet worden beschouwd.
De rechtbank gaat ervan uit dat bij vergissing twee pleegdata in het EAB zijn genoemd.
Gelet op de verklaring van de opgeëiste persoon ter zitting van de rechtbank, waarin hij verklaart dat slechts sprake was van één misdrijf op het adres dat in het EAB staat genoemd, moet het de opgeëiste persoon dan ook duidelijk zijn welk misdrijf in het EAB is bedoeld.
De rechtbank acht de stukken van het EAB genoegzaam en verwerpt het verweer. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de behandeling van de vordering aan te houden.

4.Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.
De rechtbank stelt vast dat het EAB er in rubriek c) melding van maakt dat op het feit een levenslange gevangenisstraf is gesteld. In de e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 25 maart 2019 wordt dit gecorrigeerd: de maximale gevangenisstraf bedraagt vijftien jaren.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Public Prosecution Office Darmstadt (Duitsland)ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. W.A.P.J. van den Reek en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2019.
Mr. M. van Mourik is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.