Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
ripdealin Vleuten. Beide verdachten worden dan al geruime tijd door observatieteams gevolgd. Ook worden hun telefoongesprekken al enige tijd getapt. Op grond van deze observaties en tapgesprekken is de verdenking gerezen dat zij zullen proberen een blok cocaïne afhandig te maken van een – eveneens als verdachte aangehouden – derde persoon (verder: verkoper) in een leegstaande woning in Vleuten.
die jongen op te lichten”. In eerste instantie waren [medeverdachte] en verdachte van plan de cocaïne met vals geld te betalen, maar slaagden zij er niet in het valse geld te bemachtigen. Daarom ontstond een nieuw plan: verdachte zou de cocaïne controleren op echtheid, waarna medeverdachte [medeverdachte] met het blok zou vertrekken en met geld zou terugkomen. Verdachte zou ondertussen als borg in de woning – die medeverdachte [medeverdachte] op voorhand heeft geregeld – achterblijven. Als medeverdachte [medeverdachte] na enige tijd niet zou zijn teruggekomen, zou verdachte tegen de verkoper zeggen dat ze beiden zijn opgelicht, aldus verdachte.
rippen en pimpen” is daartoe onvoldoende. De rechtbank overweegt – anders dan de officier van justitie – dat in het geval men spreekt van
rippenof een
ripdeal, beoogd wordt iemand te beroven of te bestelen maar dat dit niet per definitie gepaard hoeft te gaan met het toepassen van geweld.
iemand moet weggaan met dat ding” waarna medeverdachte [medeverdachte] vraagt waar hij “
dat ding” heen moet brengen, maar hieruit kan niet zonder meer volgen dat – zoals ter zitting is aangevoerd door de officier van justitie – met “
dat ding” wordt gesproken over het pistool. Beide verdachten hebben – kort na hun aanhouding en zonder dat zij contact met elkaar hebben gehad – afzonderlijk van elkaar verklaard dat met “
dat ding” een PGP-telefoon werd bedoeld. Ook uit de observatie op 14 augustus 2018, waarbij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] worden geobserveerd terwijl zij een Albert Heijn tas met inhoud inspecteren en in de kofferbak van de Volkswagen Polo plaatsen, kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat het niet anders kan zijn dan dat de plastic tas het vuurwapen moet hebben bevat. Gelet op het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte weet had van en opzet had op het aanwezig hebben van het pistool.
ZAAK03 - Oplichting– in kopie aan de rechtbank en verdediging heeft overgelegd. Blijkens deze stukken heeft [ex-vriendin] op 28 januari 2019 aangifte gedaan van afpersing en oplichting door verdachte. Deze zaak is in kopie ingebracht omdat het Openbaar Ministerie nog vervolgingsbeslissingen moet nemen. De rechtbank merkt volledigheidshalve op dat zij deze zaak dus (nog) niet inhoudelijk heeft behandeld. Echter, gelet op de in die zaak afgelegde – en onderbouwde – verklaringen van [ex-vriendin] , vindt de rechtbank in ieder geval geen ondersteuning voor de verklaring van verdachte dat sprake is van een geldlening. Dit wordt versterkt door de eveneens in het dossier opgenomen WhatsApp berichten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , waarin onder meer wordt gesproken over de “
stunt van de eeuw”, gevolgd door “
en wat je hebt gepakt van Franse heb ik je meegeholpen”.
ZAAK03 - Oplichting– en wat hiervoor op grond van dit dossier is overwogen. In het licht hiervan is niet gebleken van de vereiste noodzakelijkheid van het verzochte onderzoek. Niet is geconcretiseerd wat [ex-vriendin] anders/meer zou kunnen verklaren dan zij al als aangeefster heeft verklaard. Ook is niet gesteld wat het toevoegen van ander WhatsApp verkeer aan het dossier kan betekenen voor de beoordeling van de (inhoud van de) berichten die zich al in het dossier bevinden. Daarom zal de rechtbank deze verzoeken afwijzen.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van het feit
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
- een geldbedrag van € 1.400,-, goednummer 5618974;
- een geldbedrag van € 20,10, goednummer 5622844;
- een personenauto, merk Mercedes-Benz, type E400, met kenteken [kenteken 1] , goednummer 5619390;
- een horloge, merk Rolex, goednummer 5619589;
- een tas met vijf polo’s, merk Doriani van winkelketen PAUW, goednummer 5619466;
- een portemonnee, merk Louis Vuitton, goednummer 5619596;
- een portemonnee, merk Louis Vuitton, goednummer 5669618;
- een portemonnee, merk Louis Vuitton, goednummer 5669675;
- een tas, merk Louis Vuitton, goednummer 5669729.
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling (TUL)
gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
5 maanden, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
10.Toepasselijk wettelijk voorschrift
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.
- een geldbedrag van € 1.400,- (goednummer 5618974);
- een geldbedrag van € 20,10 (goednummer 5622844);
- een personenauto, merk Mercedes-Benz, type E400, met kenteken [kenteken 1] (goednummer 5619390);
- een horloge, merk Rolex (goednummer 5619589);
- een tas met vijf polo’s, merk Doriani van winkelketen PAUW (goednummer 5619466);
- een portemonnee, merk Louis Vuitton (goednummer 5619596);
- een portemonnee, merk Louis Vuitton (goednummer 5669618);
- een portemonnee, merk Louis Vuitton (goednummer 5669675);
- een tas, merk Louis Vuitton (goednummer 5669729).
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.