ECLI:NL:RBAMS:2019:308

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 januari 2019
Publicatiedatum
18 januari 2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 7267
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetBesluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om bijstand voor levensvatbaar cateringbedrijf

Verzoeker wilde een cateringbedrijf starten voor de verkoop van roti en vroeg de gemeente om bijstand om het bedrijf op te starten en in zijn levensonderhoud te voorzien. De gemeente wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op een advies van Motivity dat de omzetprognoses voor de komende drie jaar niet haalbaar zijn en vanwege aanzienlijke schulden van verzoeker.

Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is, maar kon dit niet met objectieve stukken onderbouwen, zoals toezeggingen van opdrachtgevers of concrete uitwerkingen van zijn plannen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente het besluit mocht baseren op het deskundigenadvies omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat dit advies onzorgvuldig, onjuist of ondeugdelijk was.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit waarschijnlijk in bezwaar stand zal houden en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om bijstand voor het starten van een cateringbedrijf wordt afgewezen wegens onvoldoende levensvatbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 18.7267
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 januari 2019 in de zaak tussen

[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker

(gemachtigde: mr. B.B.A. Willering),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
(gemachtigde: mr. M. Mulders).
Partijen worden hierna [verzoeker] en de gemeente genoemd.

Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2018 (het bestreden besluit) heeft de gemeente de aanvraag van [verzoeker] om bijstand op grond van de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 afgewezen.
[verzoeker] heeft hier bezwaar tegen gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd te bepalen dat hem een uitkering wordt verstrekt.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2019. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De gemeente heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. [verzoeker] wil een cateringbedrijf starten voor de verkoop van roti en heeft de gemeente gevraagd om bijstand om zijn bedrijf op te starten en in zijn levensonderhoud te voorzien. De gemeente heeft de aanvraag afgewezen omdat het bedrijf van verzoeker niet levensvatbaar wordt geacht. Dat wil zeggen dat het inkomen uit het bedrijf van [verzoeker] na het verlenen van bijstand niet voldoende zal zijn om zijn bedrijf voort te zetten en in zijn levensonderhoud te voorzien. Deze conclusie heeft de gemeente gebaseerd op een advies van Motivity waarin staat dat de omzetprognoses van [verzoeker] voor de komende drie jaren bij lange na niet haalbaar zijn. Daarnaast heeft [verzoeker] schulden van meer dan € 100.000,- die moeten worden gesaneerd. [verzoeker] is van mening dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is.
3. Op grond van vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter mag de gemeente zijn besluit baseren op concrete adviezen van deskundige instanties als Motivity. Dit is alleen anders, als [verzoeker] aannemelijk maakt dat deze adviezen op onzorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, feitelijke onjuistheden bevatten of ondeugdelijk zijn gemotiveerd.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoeker] weliswaar heeft betoogd dat de omzetcijfers veel hoger liggen dan waar Motivity in het advies van is uitgegaan, maar hij heeft dit niet met objectieve stukken onderbouwd. [verzoeker] heeft bijvoorbeeld geen toezeggingen van opdrachtgevers op papier of andere stukken waaruit duidelijk wordt dat de door hem naar voren gebrachte, veel hogere, omzetcijfers reëel zijn. De plannen van [verzoeker] om structureel roti te verkopen bij ziekenhuizen AMC en OLVG, zoals hij op de zitting heeft uitgelegd, zijn nog niet concreet uitgewerkt en ook daar zijn geen onderbouwende stukken van. De gemeente mocht daarom uitgaan van het advies van Motivity en het bestreden besluit daarop mogen baseren.
Conclusie
5.1
Het bestreden besluit zal hoogstwaarschijnlijk in bezwaar stand houden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
5.2
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier, op 8 januari 2019.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.