Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
- een vordering als bedoeld in artikel 226a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de officier van justitie mr. B. Wind van 4 februari 2019, waarin wordt gevorderd dat de rechter-commissaris aan de getuige QQ de status van bedreigde getuige zal verlenen;
- een proces-verbaal, opgemaakt door officier van justitie mr. B. Wind van 4 februari 2019, inhoudende de ‘netto’-verklaring van de anonieme getuige (QQ);
- een proces-verbaal van verrichtingen en bevindingen van 15 februari 2019, inhoudende het statusverhoor met getuige QQ;
- een beschikking ex art. 226a, eerste lid Sv van 15 februari 2019, inhoudende de beslissing van de rechter-commissaris om aan de getuige QQ de status van bedreigde getuige te verlenen;
- een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2019 op het beroep tegen voornoemde beschikking, strekkende tot vernietiging van deze beschikking;
- een e-mail van mr. I.N. Weski, raadsvrouw van verdachte [ ], medeverzoeker in deze procedure, van 21 maart 2019, waarin de rechter-commissaris wordt verzocht zich te verschonen;
- een e-mail van de rechter-commissaris van 22 maart 2019, inhoudende de mededeling dat hij geen verzoek zal doen zich te mogen verschonen;
- een e-mail van de raadsvrouw van verzoeker van 22 maart 2019, inhoudende het wrakingsverzoek.