Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
De feiten
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers, voormalige bewoners van het ADM-terrein te Amsterdam, vroegen de voorzieningenrechter om een ordemaatregel die een verbod tot ontruiming zou opleggen totdat het kort geding inhoudelijk was behandeld. Dit verzoek werd tweemaal afgewezen, waarna verzoekers de rechter wraken wegens vermeende partijdigheid en schending van internationale mensenrechtenverdragen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat het enkele feit van afwijzing van de ordemaatregelen geen bewijs vormt van vooringenomenheid. De rechter had de afwijzingen gemotiveerd met het ontbreken van levensgevaar en het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden voor een ordemaatregel zonder wederhoor.
De wrakingskamer benadrukte dat zij geen oordeel velt over de juistheid van de rechterlijke beslissingen, wat aan de bevoegde rechter in een rechtsmiddel is voorbehouden. Ook de gebruikte bewoordingen in de motivering bieden geen aanwijzing voor subjectieve partijdigheid.
Gelet op het ontbreken van enig ander bewijs voor vooringenomenheid werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is onherroepelijk en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van vooringenomenheid.