ECLI:NL:RBAMS:2019:3187
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter in kort geding verzekeringsgeschil
Verzoekster, eisende partij in een kortgedingprocedure tegen een verzekeringsmaatschappij, diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter die haar zaak behandelde. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was, onheus had bejegend en onvoldoende hoor en wederhoor had toegepast.
De wrakingskamer onderzocht de gronden van het verzoek, waaronder opmerkingen van de rechter over de dagvaarding, de bejegening tijdens de zitting en de beperkte spreektijd. De rechter gaf een schriftelijke reactie en benadrukte dat hij onpartijdig was en dat de opmerkingen in context van de procedure en schikkingspogingen waren gedaan.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.