Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E.J. van der Molen, rechter bij de rechtbank Amsterdam, stellende dat uit een tussenvonnis blijkt dat de rechter partijdig is. Dit verzoek is gebaseerd op 23 punten, waaronder opmerkingen van de rechter tijdens de zitting die niet in het proces-verbaal zijn opgenomen, en twijfels over de onafhankelijkheid van de rechter bij de zaaktoedeling.
De rechtbank overweegt dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, hetgeen hoge drempels kent. De inhoud en motivering van een tussenvonnis kunnen op zichzelf geen grond voor wraking vormen, tenzij sprake is van duidelijke vooringenomenheid, wat hier niet is vastgesteld.
Ook de wijze van zaaktoedeling via een geautomatiseerd systeem kan geen reden zijn voor wraking. Gezien het feit dat verzoekster eerder een ongegrond wrakingsverzoek heeft ingediend, oordeelt de rechtbank dat het middel wordt misbruikt en dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling wordt genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek af en sluit verdere wrakingsverzoeken in deze zaak uit. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.