ECLI:NL:RBAMS:2019:3489

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
13/741107-17 (tussentijdse toets ISD-maatregel)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38s Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting ISD-maatregel wegens recidiverisico en behandelmogelijkheden

De rechtbank Amsterdam heeft op 15 mei 2019 uitspraak gedaan over de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel die op 8 december 2017 aan veroordeelde is opgelegd voor de duur van twee jaar. De maatregel is gericht op gedragsverandering en het voorkomen van recidive.

Tijdens de zitting is gebleken dat veroordeelde ondanks positieve inspanningen op het gebied van opleiding ook negatief gedrag vertoont, zoals cannabisgebruik en het te laat terugkeren van verloven. De deskundige heeft geadviseerd de maatregel voort te zetten, mede vanwege het recidiverisico en het belang van diagnostisch onderzoek naar mogelijke stoornissen.

De verdediging heeft verzocht de maatregel te beëindigen vanwege het ontbreken van zinvolle behandelmogelijkheden en het ontbreken van strafbare feiten tijdens verloven. De rechtbank oordeelt echter dat er nog voldoende behandelmogelijkheden zijn en dat voortzetting noodzakelijk is voor het terugdringen van het recidiverisico en het bevorderen van een succesvolle terugkeer in de maatschappij.

Uitkomst: De ISD-maatregel wordt voortgezet wegens aanwezig recidiverisico en voldoende behandelmogelijkheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/741107-17 (tussentijdse toets)
BESLISSING
betreffende de noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2017 opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren aan
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres]
thans gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna te noemen: veroordeelde.

De procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 8 december 2017;
  • de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2018 betreffende de noodzakelijkheid tot voortzetting van de aan veroordeelde opgelegde ISD-maatregel;
  • het verslag ten behoeve van de tussentijdse toetsing ISD (stand van uitvoering van het verblijfsplan van veroordeelde) van 26 april 2019;
De rechtbank heeft op 1 mei 2019 de officier van justitie, veroordeelde, diens raadsman, mr. M.J. Bouwman, alsmede de deskundige [persoon] , programmamanager ISD, verbonden aan het [detentieadres] , in openbare raadkamer gehoord.

De beoordeling

In het
vonnis van 8 december 2017is veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren. In het vonnis is overwogen dat in het kader van de ISD-maatregel dient te worden toegewerkt naar gedragsverandering, nu dit aan de hand van eerdere hulpverleningstrajecten niet is gelukt. Behandeling wordt noodzakelijk geacht.
Bij voornoemde
beslissing van 25 oktober 2018heeft de rechtbank bepaald dat de ISD-maatregel moet worden voortgezet, nu behandeling van de problematiek van veroordeelde - die destijds nog onvoldoende van de grond was gekomen - van belang is om een succesvolle terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken. Voortzetting van de maatregel werd noodzakelijk geacht om recidive te voorkomen. Uit de beslissing blijkt verder dat veroordeelde positieve inspanningen laat zien met betrekking tot opleiding, maar dat hij ook negatief gedrag vertoont in de zin van cannabisgebruik en te laat terugkeren in de PI.
Uit voornoemd
verslag van 26 april 2019volgt dat veroordeelde negatief op de afdeling aanwezig is en dat hij veel rapporten heeft gekregen. Vanwege stelselmatig te laat komen van verloven voor behandeling, sport en school, het onder invloed zijn van middelen (cannabisgebruik) en het invoeren en hebben van contrabanden op zijn cel, heeft de directeur besloten om veroordeelde terug te plaatsen in het basisprogramma en hem drie maanden binnen te houden, met ingang van 15 februari 2019. Veroordeelde is erg gebrand op woonruimte buiten het [detentieadres] . Ondanks dat betrokkene aangeeft te willen veranderen, wordt daar in de praktijk weinig van gemerkt. Op 16 april 2019 is er een aanvraag gedaan voor diagnostiek onderzoek naar autisme. Geadviseerd wordt de maatregel voort te zetten, met aandacht voor het middelengebruik van veroordeelde en het bieden van duidelijke grenzen hierin. Ook zal diagnostiek en behandeling bij de Waag moeten plaatsvinden, als prioriteit boven activiteiten rondom scholing. Het afronden van een opleiding, het opbouwen van een arbeidsleven en het bereiken van een prosociaal bestaan zullen sterk worden beïnvloed door de resultaten van de behandeling. Zonder hulp hierbij wordt de kans op terugval in delictgedrag hoog ingeschat.
De deskundigeheeft voornoemd rapport toegelicht. Hij heeft benadrukt dat veroordeelde tot op heden zijn ISD-maatregel lijkt te saboteren. Veroordeelde heeft geen inzicht in zijn eigen handelen en lijkt alles te bagatelliseren. Het is van belang om diagnostisch onderzoek te doen, om te onderzoeken of zijn gedrag voortkomt uit een stoornis. Halverwege mei wordt het traject van veroordeelde weer hervat, maar er lijken weinig mogelijkheden te zijn voor een extramuraal programma. Veroordeelde heeft de kansen die hij in het verleden heeft gekregen niet benut: hij lijkt zich niet aan de aan hem te stellen voorwaarden te kunnen houden. De situatie is ten opzichte van een half jaar geleden niet veranderd.
De officier van justitieheeft de voortzetting van de ISD-maatregel gevorderd.
Veroordeeldeheeft in openbare raadkamer verklaard dat hij wilt dat de ISD-maatregel wordt beëindigd. Veroordeelde heeft zijn criminele verleden achter zich gelaten en is gemotiveerd om buiten de inrichting aan zichzelf te werken. Hij wordt gesteund door zijn familie en hij zal geen moeite hebben om niet te blowen, nu er buiten detentie voldoende prikkels en bezigheden zijn die afleiding bieden. Veroordeelde is van plan om verder te gaan met school en om daarnaast bij [naam bedrijf] te gaan werken.
De raadsman van veroordeeldeheeft de rechtbank verzocht de ISD-maatregel te beëindigen. De maatregel wordt niet zinvol ingevuld. De behandeling is tot op heden onvoldoende van de grond gekomen en in de zeven maanden van de maatregel die nog resteren, kan er onvoldoende zinvolle invulling worden gegeven aan behandeling, te meer nu er eerst nog diagnostiek moet plaatsvinden. In praktische zin komt het erop neer dat er geen behandelmogelijkheden meer zijn. Het recidivegevaar is evenmin aanwezig. Veroordeelde heeft geen strafbare feiten gepleegd tijdens zijn verloven.
De rechtbank volgt het advies van de deskundige. Hoewel veroordeelde van goede wil lijkt te zijn, blijft de geschiedenis zich herhalen. De rechtbank is van oordeel dat er nog voldoende behandelmogelijkheden zijn binnen de periode van de opgelegde maatregel. Naast de reguliere behandeling voor de problematiek van veroordeelde (die momenteel nog intern plaatsvindt), zal ook diagnostisch onderzoek moeten plaatsvinden, wat mogelijk zorgt voor een beter inzicht in het gedrag van veroordeelde. Hoewel verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, acht de rechtbank het recidiverisico, mede gelet op het aantal overtredingen van regels binnen de instelling, nog aanwezig. Dit risico kan door behandeling verder worden teruggedrongen, teneinde een succesvolle terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken.
Gelet op voornoemde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is ter beëindiging van de recidive, het leveren van een bijdrage aan de oplossing van de problematiek van veroordeelde en een optimale bescherming van de maatschappij.
Gezien artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door:
mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,
mrs. H.E. Hoogendijk en M.M. Prinsen, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. A.E. van der Burg en E.A. Harland, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2019.