ECLI:NL:RBAMS:2019:3537
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Vaandrager
- J.M. Jongkind
- N. Swart
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak meineed wegens gebrek aan bewijs van opzet bij onjuiste verklaring over geldstorting
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van meineed wegens het afleggen van een valse verklaring onder ede tijdens een verhoor bij de rechter-commissaris. Verdachte verklaarde dat een bedrag van 161.000 euro was overgeboekt, terwijl uit het dossier bleek dat het om een contante storting ging.
Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte bewust onjuist had verklaard met het oogmerk een andere familie te helpen in een strafzaak. De verdediging betoogde dat sprake was van een vergissing en dat het opzet ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het niet onwaarschijnlijk was dat verdachte zich vergist had gezien de ongestructureerde aard van het verhoor, het tijdsverloop van 17 jaar en de vele bedragen die werden genoemd. Het opzet om een valse verklaring af te leggen kon niet worden bewezen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde meineed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 9 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van meineed wegens gebrek aan bewijs van opzet.