Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijs
telefonisch contact heeft gehad met het bedrijf [naam bedrijf BV 1] , waarbij hij, verdachte, en zijn mededader zich voordeden als [naam 1] / [naam 1] van [naam bedrijf BV 2] en in die telefoongesprekken hebben aangegeven
een of meer betalingen aan [naam bedrijf BV 1] heeft gedaan (van in totaal ongeveer 29.000 euro,) waarbij de indruk werd gewekt dat deze betaling(en) afkomstig was/waren van [naam bedrijf BV 2]
een email aan [naam bedrijf BV 1] met daarbij een vals bankafschrift heeft gestuurd waaruit moet blijken dat er een betaling van 12.500 euro door [naam bedrijf BV 3] . aan [naam bedrijf BV 7] was verricht en dat [naam bedrijf BV 7] dit bedrag heeft overgemaakt aan [naam bedrijf BV 1] ,
waar en wanneer wil je afspreken?!’en
‘ik kom niet om te praten ik ken je je bent een bekende het hoeft niet uit de hand te lopen maar als het moet dan moet het’.Hieruit blijkt dat de persoonlijke confrontatie wordt gezocht, waarbij het niet gaat om praten. Het kan niet anders dan dat hier wordt gedoeld op de toepassing van geweld. In ieder geval wordt zodanig die suggestie gewekt dat [persoon 1] het moeilijk anders kon begrijpen.
ik heb de opdracht gekregen om geld te komen incasseren bij jouw!’en ‘
je gaat al ze geld teruggeven’.
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
- Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.
- Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch - voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.
8.Benadeelde partijen
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
28 maanden.
€ 46.057,44 (zesenveertigduizend zevenenvijftig euro en vierenveertig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 juli 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 96.864,67(
zesennegentigduizend achthonderdvierenzestig euro en zevenenzestig cent) aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 92.899,71(
tweeënnegentigduizend achthonderdnegenennegentig euro en eenenzeventig cent) aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 september 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
- [(...)]
- [(...)]
- [(...)]
- [(...)]