Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Bewijs
telefonisch contact heeft gehad met het bedrijf [naam B.V. 1] , waarbij hij, verdachte, en zijn mededader zich voordeden als [naam persoon 1] / [naam persoon 1] van [naam B.V. 2] en in die telefoongesprekken hebben aangegeven
een of meer betalingen aan [naam B.V. 1] heeft gedaan (van in totaal ongeveer 29.000 euro,) waarbij de indruk werd gewekt dat deze betaling(en) afkomstig was/waren van [naam B.V. 2]
een email aan [naam B.V. 1] met daarbij een vals bankafschrift heeft gestuurd waaruit moet blijken dat er een betaling van 12.500 euro door [naam B.V. 3] aan [naam B.V. 7] was verricht en dat [naam B.V. 7] dit bedrag heeft overgemaakt aan [naam B.V. 1] ,
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Benadeelde partijen
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
20 maanden.
€ 46.057,44 (zesenveertigduizend zevenenvijftig euro en vierenveertig cent)aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (18 juli 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 96.864,67(
zesennegentigduizend achthonderdvierenzestig euro en zevenenzestig cent) aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (30 juni 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 92.899,71(
tweeënnegentigduizend achthonderdnegenennegentig euro en eenenzeventig cent) aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 september 2016) tot aan de dag van de algehele voldoening.