Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- de dagvaarding van 7 augustus 2018 met producties,
- de conclusie van antwoord,
- de akte producties van Menzis met producties,
- de akte van [gedaagde] .
Rechtbank Amsterdam
Menzis, een zorgverzekeraar, had met een zelfstandig gevestigde psychiater een overeenkomst gesloten waarin een jaarlijks budget van € 10.000 voor zorgverlening was vastgesteld. In 2013 werd dit budget overschreden met € 21.268, waarna Menzis het budget verhoogde tot € 22.658 en vervolgens vorderde dat de psychiater € 8.610 terugbetaalde als onverschuldigde betaling.
De psychiater voerde verweer dat het budget onredelijk laag was en dat zij patiënten had behandeld die verzekerd waren bij Menzis, waardoor er een rechtsgrond voor betaling bestond. Ook stelde zij dat het systeem van budgetplafonds en de wijze van vaststelling onduidelijk en ondoorzichtig was, zeker in het overgangsjaar.
De kantonrechter oordeelde dat de procedure niet geschikt was om het systeem van zorgcontracten ter discussie te stellen, maar dat Menzis onvoldoende had toegelicht waarom de betaling onverschuldigd zou zijn en hoe het budget was verhoogd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de gevorderde € 8.610 onverschuldigd was betaald.
Gezien de onduidelijkheid en het gebrek aan onderbouwing wees de rechtbank de vordering van Menzis af en veroordeelde haar in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat de psychiater zich zonder professionele gemachtigde verweerde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Menzis af wegens onvoldoende onderbouwing van onverschuldigde betaling.