Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eisers, eigenaren van appartementen in Amsterdam, kregen vier bestuurlijke boetes opgelegd wegens het omzetten van zelfstandige woonruimten in meerdere onzelfstandige woonruimten zonder de vereiste huisvestingsvergunning. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, handhaafde deze boetes na bezwaar. Eisers voerden aan dat de aanwijzing van alle woonruimte als vergunningplichtig onterecht was, dat er geen sprake was van omzetting, dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel waren geschonden en verzochten om matiging van de boetes.
De rechtbank oordeelde dat de aanwijzing van alle woningen binnen Amsterdam als behorend tot de woningvoorraad gerechtvaardigd is en niet in strijd met de Huisvestingswet. Ook was onomstreden dat de woningen voorheen als zelfstandige woonruimten werden verhuurd en dat de omzetting vergunningplichtig is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat andere verhuurders anders werden behandeld en verweerder beleidsvrijheid heeft in handhaving. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die rechtens te honoreren verwachtingen schepten.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek tot matiging af, omdat de eigenaren geacht worden de regelgeving te kennen en de door hen aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende waren om een lagere boete te rechtvaardigen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boetes voor omzetting van zelfstandige woonruimte zonder vergunning en verklaart de beroepen ongegrond.