3.3.Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte samen met zijn stiefvader de ruit heeft vernield. Die ruit is namelijk door de stiefvader ingeslagen. Niet is gebleken dat verdachte daarover met zijn stiefvader heeft gesproken of dat hij wist dat zijn stiefvader die ruit zou inslaan. Laat staan dat verdachte aan die vernieling een bijdrage heeft geleverd. Verdachte zal daarom ten aanzien van feit 2 van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Bewijsoverweging
Verdachte heeft op de zitting bekend dat hij geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 1] en dat hij met een ander goederen heeft weggenomen uit de woning van die [slachtoffer 1] . Ook heeft verdachte bekend dat hij samen met zijn stiefvader de anti-inbraakstrip heeft vernield en dat hij op enig moment een nepvuurwapen voorhanden heeft gehad. De bekennende verklaring van verdachte wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, zoals beschreven in rubriek 4. Nu verdachte de feiten heeft bekend en de raadsman hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan op grond van artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:
Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3
1. De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting.
2. Een proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] met nummer PL1300-2018193562-1 van 24 september 2018 (inclusief bijlage goederen en fotobijlagen), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pag. 1 e.v.
3. Een proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] met nummer PL1300-2018193562-32 van 28 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pag. 69 e.v.
4. Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van de GGD Amsterdam van 26 september 2018, opgemaakt door H. Hoitzing, forensisch arts, doorgenummerde pag. 72 e.v.
5. Een proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 2] met nummer PL1300-2017176395-27 van 25 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde pag. 4 e.v.
6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2017176395-13 van 18 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 3] , doorgenummerde pag. 11.
7. Een proces-verbaal van technisch onderzoek met nummer 2017176395 van 18 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde [naam persoon] , doorgenummerde pag. 26 e.v.