ECLI:NL:RBAMS:2019:4145

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 juni 2019
Publicatiedatum
12 juni 2019
Zaaknummer
AMS 19/1018
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 AwbArt. 4:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Eiseres diende op 5 november 2018 een aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Nadat het bestuursorgaan niet tijdig een besluit nam, diende zij op 18 februari 2019 een beroepschrift in. Op 6 maart 2019 trok eiseres het beroep in, omdat het bestuursorgaan geheel aan haar verzoek tegemoet was gekomen. Eiseres verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken wegens tegemoetkoming. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed conform artikel 8:41, zevende lid, Awb.

De rechtbank stelde vast dat het beroep terecht was ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van het bestuursorgaan en dat verweerder de aanspraak op proceskosten niet betwistte. De proceskostenvergoeding werd forfaitair vastgesteld op €256,00, naast de vergoeding van het griffierecht van €174,00. De rechtbank veroordeelde het college van burgemeester en wethouders tot betaling van deze kosten aan eiseres.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is veroordeeld tot betaling van €256,00 proceskostenvergoeding aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 19/1018

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. K. Cras),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 18 februari 2019 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiseres van 5 november 2018.
Bij brief van 6 maart 2019 heeft mr. K. Cras, advocaat te Amsterdam, het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.
Nadat partijen toestemming hebben gegeven om zonder zitting op het verzoek om vergoeding van de proceskosten uitspraak te doen, is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten worden veroordeeld.
2. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb wordt het door de indiener betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
3. Eiseres heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep.
Beoordeling
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres het beroep heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden.
Onder deze omstandigheden wordt aanleiding gevonden om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke onder toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair zijn vastgesteld op
€ 256,00 (1 punt voor het beroepschrift x factor 0,5 x € 512,00) als kosten van verleende rechtsbijstand.
5. Eiseres heeft bij de intrekking van het beroep niet aangegeven van de bestuursrechter een uitspraak over de verschuldigdheid van de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb te verlangen.
6. Omdat eiseres het griffierecht heeft voldaan en verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen, dient verweerder aan eiseres het griffierecht van € 174,00 te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 256,00.
Deze uitspraak is gedaan op 6 juni 2019 door mr. H.G. Schoots, rechter,
in aanwezigheid van A. Borkovic, de griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.