Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd per 1 november 2017 opgeschort nadat hij had gemeld te hebben gewerkt. Het college herzag de bijstandsuitkering over de periode van november 2015 tot en met oktober 2017 en vorderde een bedrag terug wegens vermeende niet-gemelde inkomsten uit een eigen bedrijf. Eiser stelde dat hij geen inkomsten uit het bedrijf heeft gehad en dat de aanslagen inkomstenbelasting betrekking hadden op de bijstandsuitkering zelf.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de daadwerkelijke inkomsten van eiser, aangezien het college zich voornamelijk baseerde op de door eiser overgelegde belastingaanslagen en geen aanvullend onderzoek had gedaan, zoals het inwinnen van bankafschriften of onderzoek op grond van artikel 64 van Pro de Participatiewet. Het verwijt dat eiser onvoldoende informatie had verstrekt, was niet aan het besluit ten grondslag gelegd en kon daarom niet worden meegewogen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen. Het griffierecht van eiser werd vergoed en het college werd veroordeeld in de proceskosten van €1.024,-. De rechtbank zag geen aanleiding voor een bestuurlijke lus en sloot de zitting op 12 maart 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.