Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Teams Strafrecht
1.Procesgang
2.Het standpunt van klager
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het conservatoir beslag op vier horloges die na een doorzoeking in zijn woning en bedrijfsruimte zijn in beslag genomen. Het OM vermoedt dat klager zich schuldig maakt aan witwassen, waarbij een bedrag van € 366.760,- aan contante stortingen als vermoedelijk wederrechtelijk verkregen voordeel wordt beschouwd. De rechter-commissaris verleende op 28 maart 2019 een machtiging tot conservatoir beslag tot een bedrag van € 446.760,-, waaronder de horloges vallen.
Tijdens de raadkamerbehandeling en op basis van het dossier heeft de rechtbank vastgesteld dat het onderzoek in deze beklagprocedure summier van aard is en niet de plaats is voor een inhoudelijke beoordeling van de hoofdzaak. De rechtbank moet beoordelen of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigt en of klager als rechthebbende kan worden aangemerkt.
Gezien de verdenking van witwassen, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een geldboete en/of ontnemingsmaatregel zal volgen. Daarom weegt het belang van de strafvordering zwaarder dan het belang van klager bij teruggave van de horloges. Ook het subsidiaire verzoek tot teruggave van een horloge dat niet op de lijst van het conservatoir beslag staat, wordt afgewezen omdat dit horloge wel in het proces-verbaal is genoemd.
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond en handhaaft het conservatoir beslag op de horloges. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het conservatoir beslag op de vier horloges wordt gehandhaafd.