De heffingsambtenaar legde drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting op aan een bezorgrestaurant wegens parkeren zonder betaling op verschillende data en locaties in Amsterdam. De eiser betoogde dat het parkeren feitelijk het onmiddellijk laden en lossen betrof van maaltijdboxen die vanwege gewicht en omvang niet anders dan per voertuig vervoerd konden worden.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor de uitzondering van onmiddellijk laden en lossen bij de eiser lag. De eiser maakte niet aannemelijk dat de maaltijdboxen zwaarder waren dan 1 à 2 kilogram of dat de afmetingen zodanig waren dat vervoer per scooter of fiets niet mogelijk was. Ook de overgelegde bestelbonnen en foto's ondersteunden dit niet.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van parkeren waarvoor parkeerbelasting verschuldigd was. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Breugem op 17 mei 2019.