ECLI:NL:RBAMS:2019:4513
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen dealerverblijfsverbod in Amsterdam centrum
De burgemeester van Amsterdam heeft aan verzoeker een dealerverblijfsverbod voor drie maanden opgelegd wegens vermoedelijke verkoop van (nep)drugs in het dealeroverlastgebied Centrum. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 6 juni 2019 werd vastgesteld dat het proces-verbaal van de politie voldoende aanwijzingen bevat dat verzoeker zich op de weg ophield om (nep)drugs te verkopen. Hoewel bij verzoeker zelf geen drugs of geld werden gevonden, waren getuigenverklaringen en observaties van verbalisanten overtuigend. Verzoeker voerde aan ten onrechte te zijn aangehouden en dat het verbod een onevenredige beperking van zijn bewegingsvrijheid inhoudt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verbod niet onevenredig is, mede omdat verzoeker niet in het gebied woont of werkt en alternatieve routes naar zijn school kan nemen. Ook werd gewezen op eerdere 24-uursverboden tegen verzoeker. De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal houden.
Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het dealerverblijfsverbod wordt afgewezen.