De vennootschap vroeg op 11 augustus 2015 een omgevingsvergunning aan voor het legaliseren van een reeds aangebouwde serre en een uitgebreide steiger ten behoeve van een restaurant bij een rijksmonument in Amsterdam. Het college weigerde de vergunning op 31 januari 2017, waarna de vennootschap beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de uitgebreide voorbereidingsprocedure, die het college toepaste vanwege de monumentale aard van het pand en het ingrijpende karakter van de wijzigingen. De rechtbank bevestigde dat de uitgebreide procedure terecht werd toegepast, waardoor geen vergunning van rechtswege was verleend.
Voorts oordeelde de rechtbank dat het college in redelijkheid mocht weigeren af te wijken van het bestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing was onvoldoende en de adviezen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Commissie voor Welstand en Monumenten wezen op ernstige aantasting van monumentale en stedenbouwkundige waarden.
De vennootschap kon onvoldoende aantonen dat de vergunningverlening vanuit ruimtelijk en monumentaal oogpunt toelaatbaar was. De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.