ECLI:NL:RBAMS:2019:4926

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2019
Publicatiedatum
10 juli 2019
Zaaknummer
13/751491-19
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 180 SrArt. 184 SrArt. 300 SrArt. 417bis Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor strafrechtelijk onderzoek in Duitsland

De rechtbank Amsterdam heeft op 25 juni 2019 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Lüneburg. De opgeëiste persoon, geboren in 1988 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van diverse strafbare feiten volgens het Duitse recht.

Tijdens de openbare zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en bevestigd. Het EAB betrof strafbare feiten waaronder schuldheling, poging tot mishandeling, mishandeling, wederspannigheid en diverse overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank heeft onderzocht of aan de voorwaarden van de Overleveringswet (OLW) was voldaan, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de vereisten van artikel 2 OLW Pro en dat er geen weigeringsgronden waren die overlevering in de weg stonden. Op basis daarvan werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, waardoor de beslissing definitief is.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor het strafrechtelijk onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751491-19
RK nummer: 19/3463
Datum uitspraak: 25 juni 2019
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 juni 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 31 mei 2019 door het
Amtsgericht Lüneburg(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [plaats detentie],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 juni 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Velserbroek en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, te weten een
arrest warrant ordering detention pending trialvan 29 maart 2019 van het
Amtsgericht Dannenberg(11 Ls 5106 Js 13140/18, 4/18).
Et Het EAB is uitgevaardigd oor
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Duitsland strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1.
Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
Feit 1:
  • overtreding van artikel 41, eerste lid, aanhef en onder d van de Wegenverkeerwet 1994;
  • overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994;
  • overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
  • opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
Feit 2:
  • schuldheling;
  • poging tot mishandeling, meermalen gepleegd;
  • mishandeling;
  • wederspannigheid.

4.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

5.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 45, 180, 184, 300 en 417bis Wetboek van Strafrecht, 8, 41,107, 176 en 177Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Lüneburg(Duitsland) ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en M. van Mourik, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2019.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.