ECLI:NL:RBAMS:2019:4964
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij legesvrijstelling verblijfsvergunning
Verzoeker, geboren en opgegroeid in Nederland zonder Nederlandse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, met een verzoek om vrijstelling van leges vanwege een schrijnende situatie.
De staatssecretaris stelde de aanvraag buiten behandeling omdat geen schrijnende omstandigheden werden gezien en leges betaald moesten worden. Verzoeker stelde dat hij slachtoffer is van een fout van de overheid en dat hij geen band heeft met het land van herkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het een discretionaire bevoegdheid betreft van de staatssecretaris en dat er geen aanleiding was om het besluit te toetsen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 11 juli 2019 door de voorzieningenrechter L.H. Waller. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van schrijnende omstandigheden voor legesvrijstelling.