Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] (België), eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, werkzaam in België, meldde zich ziek op 16 september 2011 en ontving een invaliditeitspensioen tot 30 juni 2016. Het Belgische RIZIV vroeg aan het Nederlandse UWV of eiser per 13 september 2013 recht had op een WIA-uitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat eiser 30,18% arbeidsongeschikt was, later bij bezwaar verhoogd naar 34,04%, waarna het recht op uitkering werd geweigerd.
Eiser voerde aan dat hij door chronische vermoeidheid slechts 50% kon werken, terwijl het UWV concludeerde dat hij 40 uur per week kon werken met beperkingen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was, waarbij de verzekeringsarts rekening hield met beperkingen zoals het niet kunnen werken ’s nachts. De medische stukken ondersteunden geen verdere beperkingen voor het aantal werkuren.
Het arbeidskundig onderzoek bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor eiser. De rechtbank concludeerde dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 34,04% terecht was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.