ECLI:NL:RBAMS:2019:5384
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Raamexploitant hoeft sekswerker niet weer tijdelijk een kamer te verhuren
In deze zaak vorderde een sekswerker dat ROMO Onroerend Goed haar gedurende drie maanden een werkkamer zou verhuren waar zij jarenlang werkte, en dat zij schadeloos zou worden gesteld voor omzetderving sinds het beëindigen van de huur.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd niet was verlengd en dat er geen grond was om ROMO Onroerend Goed te verplichten de overeenkomst te verlengen. De raamexploitant stelde dat het gebruikelijk is om kamers per dagdeel te verhuren en dat er geen sprake was van een duurovereenkomst.
Verder was onvoldoende onderbouwd dat ROMO Onroerend Goed uitlatingen had gedaan die het onmogelijk maakten elders een kamer te huren. De gestelde omzetschade kon niet aan ROMO worden toegerekend.
De voorzieningenrechter wees daarom alle vorderingen af en veroordeelde de eisende partij in de proceskosten. De vordering tot zekerheidstelling in reconventie werd niet behandeld wegens het afwijzen van de hoofdvordering.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de sekswerker af en veroordeelt haar in de proceskosten.