Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
het verdraaien van mij,
met TIJDSTIP op 10.00 uur zetten.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter M.E.B. Terwee in een lopende civiele procedure bij de rechtbank Amsterdam. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid van de rechter en een verzoek om verwijzing van de zaak naar een ander gerecht.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro een vermoeden van onpartijdigheid geldt en dat verzoekster concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren die dit vermoeden kunnen weerleggen. Verzoekster volstond met een beschrijving van het procesverloop en een klacht over de wederpartij, zonder concrete aanwijzingen van partijdigheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en de mondelinge behandeling achterwege gelaten. Het verzoek om verwijzing naar een ander gerecht werd als niet-ontvankelijk beschouwd omdat de wrakingskamer daartoe niet bevoegd is.
Daarnaast werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek lichtvaardig was ingediend en daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen. De hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten en verzoek tot verwijzing afgewezen wegens onbevoegdheid.