Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Swedish Prosecution Authority, Unit against Organised Crime(Zweden) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Engelse taal.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
arrest warrant of the District Court of Gothenburg on 27 May 2019.
4.Bevoegdheid tot uitvaardiging van het EAB
Swedish Prosecution Authority.
60 Uit de overwegingen in de punten 50 tot en met 59 van dit arrest volgt dat een autoriteit, zoals een openbaar ministerie, dat beschikt over de bevoegdheid om in het kader van de strafprocedure strafvervolging in te stellen tegen een persoon die ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd, teneinde hem voor de rechter te brengen, moet worden geacht deel te nemen aan de rechtsbedeling in de betrokken lidstaat.
OG. In een aantal van die zaken heeft de officier van justitie betoogd dat de toets die de nationale rechter aanlegt bij zijn beslissing over de uitvaardiging van het nationale aanhoudingsbevel
materieelvoldoet aan de vereisten van die overweging.
OG, heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit de informatie van de Zweedse autoriteiten blijkt dat proportionaliteit van een uit te vaardigen EAB door de rechter bij het uitvaardigen van het nationaal aanhoudingsbevel wordt getoetst en hiertegen beroep in rechte mogelijk is. Volgens het standpunt van de officier van justitie zijn daarmee de proportionaliteit en de evenredigheid van het uitvaardigen van het EAB getoetst door een rechter.
5.Beslissing
8 augustus 2019 om 09:00 uur, teneinde op die zitting de standpunten van partijen over het mogelijk stellen van nadere vragen aan de Zweedse autoriteiten of prejudiciële vragen te bespreken.