ECLI:NL:RBAMS:2019:5535
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting hotel na explosie
Verzoekster exploiteert een hotel dat na een zware explosie in de buurt door de burgemeester voor onbepaalde tijd werd gesloten. De explosie vond plaats op 6 juli 2019 en veroorzaakte aanzienlijke schade aan omliggende panden, waaronder het hotel. Eerder was er een mislukte aanslag met een handgranaat bij het hotel.
De burgemeester sloot het hotel op grond van het verhoogde risico op ernstige openbare ordeverstoringen, gebaseerd op een politie-rapportage. Verzoekster stelde dat de burgemeester niet bevoegd was tot spoedeisende bestuursdwang en dat de maatregel onrechtmatig en onevenredig was, mede omdat de aanslag mogelijk niet op het hotel gericht was en sluiting tot faillissement zou leiden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en dat het tijdsverloop tussen explosie en sluiting niet onredelijk was. De sluiting is een bestuurlijke maatregel zonder strafkarakter en is voldoende gemotiveerd met het oog op het herstellen van de openbare orde en het voorkomen van herhaling.
De belangen van verzoekster zijn meegewogen, en de sluiting is niet disproportioneel. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het hotel wordt afgewezen.