Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond:
- wijst het verzoek voorlopige voorziening af.
Rechtbank Amsterdam
Stichting Islamitische Onderwijs diende een aanvraag in voor bekostiging van een tijdelijke uitbreiding van de huisvesting van het Cornelius Haga Lyceum. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat de noodzaak onvoldoende was onderbouwd met een actuele prognose en er geen uitgewerkt bouwplan of kostenraming was ingediend.
De stichting maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. Vervolgens stelde de stichting beroep in bij de rechtbank Amsterdam en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat de prognose achterhaald was en de aanvraag niet tijdig en volledig was onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat de VBS-prognose waarop de stichting zich beroept niet overeenkomt met de feitelijke leerlingenaantallen en dat het college terecht een eigen beoordeling maakte over de benodigde huisvesting. De stichting kon niet aannemelijk maken dat het college toezeggingen had gedaan die tot verplichtingen leidden.
De rechtbank wees het beroep af en wees het verzoek om voorlopige voorziening eveneens af. De uitspraak betreft uitsluitend de reguliere aanvraag; de spoedaanvraag en de uitvoering daarvan blijven buiten beschouwing. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot bekostiging van de tijdelijke uitbreiding van het Cornelius Haga Lyceum wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.