Op 10 april 2019 heeft verdachte in Amsterdam blikjes frisdrank, eigendom van een ander, weggenomen door middel van braak. Verdachte heeft dit feit bekend en de rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring en het proces-verbaal van aangifte.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte strafbaar is en geen rechtvaardigingsgrond aanwezig is. Verdachte is een veelpleger met een geschiedenis van meer dan drie vrijheidsbenemende veroordelingen in de voorgaande vijf jaar en kampt met verslavingen en instabiliteit.
Op advies van de reclassering en psycholoog is de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opgelegd voor de maximale duur van twee jaar zonder aftrek van voorarrest. Er wordt een tussentijdse beoordeling na twaalf maanden gepland om de voortzetting van de maatregel te evalueren.
De benadeelde partij vordert materiële schadevergoeding, maar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is en de strafzaak daardoor onevenredig zou worden belast. De benadeelde partij wordt verwezen naar de civiele rechter.
De rechtbank verklaart verdachte strafbaar en legt de ISD-maatregel op, met het oog op het terugdringen van recidive en bescherming van de maatschappij.