ECLI:NL:RBAMS:2019:5629
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete van €20.500 wegens onrechtmatige vakantieverhuur in Amsterdam bevestigd
De rechtbank Amsterdam heeft op 31 juli 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een bedrijf bezwaar maakte tegen een boete van €20.500 wegens vakantieverhuur van woonruimte zonder vergunning. De gemeente had vastgesteld dat de bovenste twee etages van het pand waren gebruikt voor hotelmatige verhuur aan toeristen, wat in strijd is met de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Amsterdam.
Eiseres voerde aan dat zij niet op de hoogte waren van de overtreding, dat het pand een bijzondere situatie betrof met één deur naar winkel en etages, en dat de bestemming van de etages ook kantoor en opslag toestond. Tevens werd een verzoek tot matiging van de boete gedaan vanwege financiële problemen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet bijzonder genoeg waren om matiging te rechtvaardigen. De boete is bewust hoog vastgesteld om een afschrikwekkende werking te hebben en de leefbaarheid in Amsterdam te beschermen.
De rechtbank benadrukte dat het bedrijf als ondernemer verantwoordelijk is om zich te informeren over de regels en dat het feit dat de etages moeilijk te verhuren waren geen vrijbrief is voor overtreding. Ook de financiële situatie van het bedrijf rechtvaardigde geen verlaging van de boete. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €20.500 wegens onrechtmatige vakantieverhuur en wijst het beroep af.